![]() |
|
|||||||
| |
||||||||
![]() |
|
| Zegt 't voort | Nieuwsbrief | Vragen en antwoorden | Colofon | |||||||||||||||
|
Integratieprobleem. De bijeenkomst van Cafépolitiek.nl van 19 december 2005 (thema: de integratieproblematiek in en de leefbaarheid van de stad Den Haag) anticiperend, kwam met regelmaat een hardnekkige scène in me op. Stel jezelf het volgende gesprek eens voor: V: Als land en als grote stad hebben we een integratieprobleem. A: Dat klopt. V: Hoe uit zich dat probleem? A: Tja…het loopt niet zo lekker, hè? Hele wijken verpauperen. Er is overlast als gevolg van huisjesmelkerij en illegale (over)bewoning. De stemming wordt steeds grimmiger: de intolerantie groeit, evenals het gevoel van veiligheid op straat. De participatie van allochtonen is niet je dát. V: Is het een groot probleem? A: Groot probleem? Tja…voor de mensen kan het ongemakkelijke situaties opleveren. Maar groot? Het hangt ervan af aan welke norm je het probleem spiegelt. En wie bepaalt die norm? En hoe zwaar weegt dit probleem ten opzichte van andere problemen? En… V: Ok, ok: wat zouden we eraan kunnen doen? A: Welnu, dat hangt af van hoe we het probleem uiteindelijk definiëren. Dat het beter moet, en anders, is duidelijk. Dus hebben we een notitie opgesteld waarin we aangeven hoe het zit. Voor die notitie hebben we verschillende onderzoeken naar gedaan en die wijzen, in tegenstelling tot de oppositie, uit dat…bla…bla…bla… Dit is geen intelligent steekspel waarin de politicus ons laat zien dat hij bezig is om op zeer genuanceerde wijze een oordeel te vormen om vervolgens de situatie die als probleem wordt ervaren ten positieve te veranderen. Dit is een politicus die ruimte wil houden om zijn standpunt te kunnen vormen naar wat hem op enig opportuun moment electoraal gewin oplevert. Of het is een politicus die zegt: Man, ga weg met die lastige vragen van je: ik heb eigenlijk geen idéé wat ik ervan vind… Een politicus die té diep in het spel zit om te zien dat de regels aan verandering toe zijn. Een vergelijkbare verborgen boodschap wordt vaak verkondigd door meer zweverige types die blijven roepen dat we meer voor andere culturen moeten openstaan om ze beter te begrijpen. Dat we géén segregatie moeten hebben, maar wel differentiatie. Dat we als samenleving goed gastheerschap moeten tonen. Dat we het initiatief moeten nemen om toenadering te zoeken, bijvoorbeeld door (eventueel gesubsidieerde) avondjes te organiseren waar we elkaar fêteren door middel van multi-culti hapjestafels. Liefde gaat immers door de maag. Of zoiets. Kennelijk staat men er dan niet bij stil dat de autochtone medemens die dat soort avondjes wél bezoekt alláng de smaak van couscous kent. En dat aan het einde van de avond de pan met boerenkool met worst (en uitgebakken spekjes!) nog praktisch even vol was als toen hij naar binnen werd gedragen. Waarmee ik maar wil zeggen dat diegenen die zich so wie so wel inspannen om dergelijke evenementen te organiseren geen extra prikkels nodig hebben; waarom niet dergelijke prikkels geven aan mensen die van zichzelf nu juist niet de neiging hebben toenadering te zoeken. Maar goed: ik had op voorhand dus een bepaald beeld in mijn hoofd toen ik mijn plaats innam op in Bodega de Posthoorn. De avond in een notedop: het debat was levendig, net als de reacties uit de zaal en de discussies tijdens de borrel achteraf. Tot mijn plezier kon ik constateren dat beide gasten, Wethouder M. Norder (PvdA) en Raadslid A. Mulder (VVD), oprecht gecommitteerd leken aan het onderwerp. Op hun manier. EN ja: tijdens het debat werden hier en daar zowaar oplossingen voor de geschetste problematiek genoemd. De kwaliteit ervan? Oordeel vooral zelf: dat deed ik ook. Ik noem er een paar en geef de reactie weer die bij het horen ervan als eerste bij me kwam bovenborrelen.
Notedop: het beeld waarmee ik binnenliep is weliswaar iéts bijgesteld, maar bij lange na niet genoeg om te stoppen met het schrijven van dergelijke columns. Ik blijf maar denken: “Hoe zou het zijn als het tweegesprek als volgt zou verlopen”? V: Als land en als grote stad hebben we een integratieprobleem. A: Als mens hebben we een integratieprobleem. V: Hoe uit zich dat probleem? A: Men integreert niet, omdat daar kennelijk geen noodzaak toe is. Wij zijn in de dialoog met onze allochtone medemens niet voorbereid op de vraag: What’s in it for me? Of die vraag nu wel of niet gepast is, doet er niet zo vreselijk veel toe. Belangrijker vraag, die wij onszelf moeten stellen, is: wat gaan we eraan doen? V: Is het gebrek aan integratie een groot probleem? A: Me dunkt: we begrijpen er kennelijk niets meer van. We zijn dermate radeloos dat we ons toevlucht zoeken in holle retoriek en niet-doelgerichte gezelligheidjes. Ondertussen polariseert de samenleving in rap tempo. Het gevoel van samenhang neemt af (en daarmee de gemeenschappelijke identiteit die je nodig hebt om met zijn allen een succesvol team neer te zetten dat de BV Nederland succesvol maakt). De samenleving als geheel lijdt enorme (economische) schade als gevolg van het feit dat haar kindertjes onderling ruzie maken en Vadertje Staat niet durft op te treden. Die heeft in de jaren ’70 namelijk een ‘Vrijheid Blijheid’-pil genomen die tot op de dag van vandaag nog niet is uitgewerkt. V: Wat kunnen we doen? A: Wel, hoe zou het zijn als we in plaats van na te denken over de vraag wat we níet willen, ons de vraag zouden stellen wat we dan wél willen? Begin met het ontwikkelen van een visie die uitdrukt waar we heen zouden willen gaan met deze samenleving om daar vervolgens naar handelen. En dan niet in de verwachting dat de samenleving maakbaar is door alles tot in detail te regelen, maar door op gewenst gedrag te sturen. En op gedrag sturen is meer dan mensen mogelijkheden bieden (die vervolgens op vrijwillige basis al dan niet worden benut): het is mensen voor keuzes plaatsen die duidelijke consequenties hebben. Zo krijg je commitment. En commitment is de aanjager van verandering. We verwachten van onze politici dat ze resultaatgericht leiderschap tonen in tijden die voor veel onzekerheid zorgen bij de burger. En van onze ambtenaren dat ze onbevooroordeeld invulling geven aan de acties die door de opdrachtgever (de stemmende kiezer) van de opdrachtgever (de wetgever) van de opdrachtgever (het kabinet) worden opgedragen. Ik heb het idee dat óók met betrekking tot dit thema de signalen van de burger niet écht lekker binnenkomen. En die burger denkt dan vaak: “Wat kan je van een overheid verwachten als die zelf niet in staat lijkt te zijn resultaatgericht handelen in haar praktijk te verankeren?” De kloof tussen overheid en burger groeit, terwijl de overheid zich juist tot het uiterste zou moeten inspannen de aansluiting te (her)vinden. Ik hoorde op 19 december een politicus letterlijk zeggen: “De burger weet ons goed te vinden, en da’s mooi.” Als je je eigen beleid niet goed weet te rechtvaardigen/onderbouwen, zou ik de burger ook niet pro-actief opzoeken, denk ik dan… We hebben inderdaad een integratieprobleem: misschien moeten we een project opstarten die politici en ambtenaren stimuleert wat meer te integreren in de samenleving. Bijvoorbeeld door een avondje organiseren. Laten we zeggen: 16 januari 2006 in Bodega de Posthoorn te Den Haag. Roderick
Andere Columns Café Politiek (CCP) Onze sponsors stellen wij graag aan u voor. Graag stellen wij u aan hen voor. Graag stellen wij u aan hen voor.
|
|
||||||||||||||
|
Contactgegevensinfo@cafepolitiek.nlwww.cafepolitiek.nl |